Opening gloednieuw pijncentrum

Sinds oktober 2017 kunnen patiënten terecht in de gloednieuwe pijncentrum van het UZA, dat zich richt op een totaalaanpak. Want enkel zo is pijn effectief te behandelen. Meer dan 900.000 Belgen hebben chronische pijn. Dat maakt van pijn de meest voorkomende medische aandoening. Het UZA speelt al jaren een voortrekkersrol in de behandeling en is met ongeveer 25.000 pijnpatiënten per jaar één van de grootste pijncentra van België.

 

Onze visie
Het nieuwe pijncentrum biedt de meest geavanceerde medische technieken voor diagnose en behandeling. Zo installeerde de dienst als eerste in Europa het allernieuwste model fluoroscopietoestel, een röntgentoestel voor botopnames. Verder is er meer... Lees meer

Het nieuwe pijncentrum biedt de meest geavanceerde medische technieken voor diagnose en behandeling. Zo installeerde de dienst als eerste in Europa het allernieuwste model fluoroscopietoestel, een röntgentoestel voor botopnames. Verder is er meer ruimte, licht en comfort. En meer rust, doordat de monitoren grotendeels met visuele alarmen werken. Patiënten kunnen in één van de zeven geluidsgeïsoleerde eenpersoonskamers in alle rust hun therapie ondergaan, wat de slaagkans van de behandelingen verhoogt.

Het team van het pijncentrum werkt nauw samen met zowel neurologen, neurochirurgen, orthopedagogen, specialisten revalidatiegeneeskunde en met de dienst fysische geneeskunde, die zich vlak naast het pijncentrum bevindt. De specialisten hebben wekelijks een gezamenlijk overleg, maar doen ook gemeenschappelijke consultaties. Zo kun je als patiënt bij meerdere zorgverleners terecht op hetzelfde moment.

De patiënt wordt zoveel mogelijk in de hele zorg betrokken. Telemonitoring is daarbij één van de speerpunten. Via Appi@home, een interactief platform dat het pijncentrum zelf ontwikkeld heeft, sturen pijnpatiënten dagelijks informatie over hun gezondheidstoestand door via een app op hun smartphone. Artsen kunnen alles zo van heel nabij opvolgen en patiënten moeten minder vaak naar het ziekenhuis komen. Zo’n 250 tot 350 patiënten maken er al gebruik van, met de bedoeling om er in toekomst nog veel meer op deze manier te kunnen helpen.

Naast de medische behandeling van pijn, is het psychologisch en sociaal welbevinden van de patiënt minstens even belangrijk. Het pijncentrum heeft daarom een psychiater en drie psychologen in dienst. Zij helpen patiënten inzicht te krijgen in hun ziekte en betrekken familie en vrienden wanneer nodig. Eén van hen is voltijds re-integratiecoördinator en begeleidt patiënten actief naar de werkvloer.

Meer weten over het pijncentrum? Lees er alles over in Maguza.

Lees minder

"Het is cruciaal dat de pijnpatiënt zelf de touwtjes in handen neemt."

Pijnspecialist Ann Dierick en re-integratiecoördinator en psycholoog Eline Christiaen vertellen meer over de unieke geïntegreerde benadering van pijnbehandeling in het UZA.

“Patiënten die bij ons terechtkomen, hebben er vaak al een heel traject opzitten. Van de huisarts over een specialist tot een ander ziekenhuis. Dat maakt dat ze soms wantrouwig zijn. In één of meerdere gesprekken met de psychologen proberen we dat vertrouwen te winnen en willen we de patiënt inzicht doen krijgen in zijn probleem. Ziekte-inzicht en de wil om eraan te werken zijn een noodzakelijke eerste stap. Pas dan kunnen we met de eigenlijke behandeling van de pijn van start gaan”, vertelt dr. Ann Dierick, kliniekhoofd pijncentrum.

“Bij een eerste consultatie krijgt de patiënt een vragenlijst mee die hij moet invullen met de huisarts. Aan de hand daarvan kunnen we situeren waar het pijnprobleem zich bevindt. Zitten we nog in een vrij acute fase, dan kunnen we met een beperktere medische aanpak al ver komen. We proberen ernstige onderliggende oorzaken uit te sluiten, zoals een tumor, een zware infectie of een fysiek trauma. Dan kunnen we nagaan welke techniek het meest geschikt is om de pijn aan te pakken. Is de situatie zo gevorderd dat er gevolgen zijn op de mentale toestand, het familiaal leven, de job of de slaapkwaliteit, verwijzen we meteen door naar één van onze psychologen. Zij kunnen ook helpen wanneer de patiënt een onderliggend psychologisch trauma heeft. Dat houdt de chronische pijn vaak in stand.”

Rol van de omgeving

Naast de psychologische begeleiding van de patiënt zelf, gaat er ook aandacht naar de directe omgeving. Gezin, familie en vrienden spelen een grote rol. Zij worden nauw betrokken indien nodig en bijvoorbeeld mee uitgenodigd op gesprek. “Eén van de grootste klachten bij pijnpatiënten gaat vaak niet over de pijn op zich of de beperkingen, maar het onbegrip van de omgeving. Als psycholoog kun je dan een modererende rol aannemen om anderen te doen beseffen wat de pijnpatiënt doormaakt”, vertelt dr. Dierick.

“Ook naar arbeidsre-integratie is empowerment van de patiënt enorm belangrijk”, vult Eline Christiaen, re-integratiecoördinator aan. “Mensen – opnieuw – aan het werk krijgen is superbelangrijk. Niet alleen voor henzelf op financieel of sociaal vlak, maar ook naar de maatschappij toe. De patiënt moet intrinsiek gemotiveerd zijn. We vertrekken vanuit een positieve invalshoek, met focus op wat hij of zij nog wel kan. Patiënten zijn hierdoor vaak verrast, want dat vraagt een andere manier van denken. Bij de arts of psycholoog gaat het vaak over hoe hun ziekte hen beperkt. Maar met een lijst aan mogelijkheden heb je bij een werkgever of VDAB veel meer kans op slagen.”

Maatwerk

Elke behandeling gebeurt op maat van de patiënt. “Een patiënt is zodanig uniek in zijn problematiek”, aldus Eline Christiaen. “Sommige patiënten hebben met één consultatie al voldoende en maken er zelf verder werk van. Andere patiënten begeleid ik veel intensiever, bij heroriëntatie, of sollicitatie. Ik ga ook mee aan tafel zitten met de werkgever.”

“Die persoonlijke aanpak is ook doorgetrokken in de medische behandelingen”, vervolledigt dr. Dierick. “Patiënten hebben verschillende wensen. Sommigen willen absoluut geen medicatie innemen en zweren bij infiltratie. Via een injectie brengen we een zenuw zo tijdelijk tot rust. Andere patiënten zijn dan weer doodsbang voor naalden. Sommigen zijn beter geholpen met neurostimulatie, waarbij we zenuwen elektrische pulsen geven doorheen de huid. Afhankelijk van de problematiek, komt de ene of de andere behandeling in aanmerking.”

De huisarts wordt trouwens in het volledige proces nauw betrokken. “Die is vaak het eerste aanspreekpunt van de patiënt en kent het algemene medische dossier. We bezorgen van elke stap in de behandeling een verslag, maar nemen ook de telefoon om te overleggen”, aldus dr. Dierick.

Voorkomen is beter (maar gebeurt nog te weinig)

Voorkomen dat pijn chronisch wordt, is van fundamenteel belang om het groeiend aantal pijnpatiënten tegen te gaan. “We moeten zoveel mogelijk vermijden dat acute pijn chronisch wordt. Dat doen we op verschillende manieren”, zegt dokter Dierick. “Op een consultatie voor een operatie stellen we op de dienst anesthesie al heel gerichte vragen. Zo kunnen we risicopatiënten veel beter detecteren. We gaan bijvoorbeeld na of de patiënt al een chronisch pijnprobleem heeft. Ook bepaalde psychologische profielen, zoals mensen met angststoornissen hebben meer kans om chronische pijn te ontwikkelen. Zij worden extra opgevolgd, zowel voor als na de operatie.”

“Het algemene bewustzijn rond pijnpreventie moet groeien. Zo roepen we huisartsen op om mensen naar ons door te verwijzen als ze een pijnproblematiek tegenkomen die ze niet kunnen behandelen. Maar ook naar opleiding toe kan er nog veel gebeuren, in de eerste plaats naar de studenten geneeskunde. Het aantal lesuren rond pijn en pijnbehandeling zou nog een heel stuk uitgebreid kunnen worden. In ons ziekenhuis laten we de assistenten anesthesie alvast regelmatig een opleiding van drie maanden volgen in ons pijncentrum. Maar vooral patiënten zelf moeten weten dat het niet normaal is om pijn te hebben en ermee te blijven rondlopen. Pijn kan behandeld worden.”

Voor mij draagt dit bij tot de zorg van de toekomst

Er zijn momenteel 27 stemmen

 

9

 

6

 

5

 

4