Complexe chirurgie en traumazorg

Aandoeningen die een precieze ingreep vragen of de opvang van zwaargekwetste slachtoffers na een ongeval, in elke situatie proberen we de patiënt te helpen met een zo hoogst mogelijke expertise, gericht op een beter herstel en hogere levenskwaliteit. Het UZA zette in 2017 verdere stappen in minder invasieve, complexe en oncologische chirurgie. Bovendien werden de plannen goedgekeurd voor de bouw van een nieuw gebouw met een hoogtechnologische setting voor het operatiekwartier en intensieve zorgen. Daarnaast ondergingen we een internationale audit die de erkenning tot level 1-traumacentrum opleverde.

Onze visie
In 2017 zette het UZA nog meer in op minimaal invasieve chirurgie. Zo nam onder meer het aantal ingrepen met robotchirurgie toe tot 266, ten opzichte van 236 in 2016 en 107 in 2015. Ook het aantal disciplines dat met de robot werkt, breidt uit. De... Lees meer

In 2017 zette het UZA nog meer in op minimaal invasieve chirurgie. Zo nam onder meer het aantal ingrepen met robotchirurgie toe tot 266, ten opzichte van 236 in 2016 en 107 in 2015. Ook het aantal disciplines dat met de robot werkt, breidt uit. De meerderheid van de ingrepen gebeurde in 2017 op de dienst urologie. Op dat vlak is het UZA recent erkend als Europees opleidingscenter. Andere diensten die robotingrepen uitvoerden zijn thorax- en vaatheelkunde, abdominale heelkunde, mond-, kaak-, en aangezichtschirurgie, neus- keel en oorziekten, gynaecologie, oncologische gynaecologie en stomato en maxillo-faciale heelkunde.
Bij een aantal ingrepen stijgt de evidentie dat het precieze werken met de robot tot minder pijn, bloedverlies en littekens voor de patiënt kan leiden. Wanneer zich minder complicaties voordoen, loopt het  herstel vlotter, waardoor patiënten vroeger naar huis kunnen. Maar ook voor de chirurg biedt robotchirurgie heel wat voordelen: de arts kan werken met uiterst wendbare instrumenten, waarover hij of zij volledige controle heeft. Het beven wordt weggewerkt, er is een uitvergoot zicht in 3D en de robot leent zich tot een meer ergonomische werkhouding. Dat laatste is niet onbelangrijk gezien de lange duurtijd van bepaalde ingrepen. Dit kan het verloop van die ingreep verbeteren.

Verder richt het UZA zich verder op complexe en oncologische chirurgie, voor de behandeling van complexe tumoren. De dienst hepatobilaire chirurgie startte als eerste met elektroporatie, een techniek die de tumor vernietigt met elektrische stroomstoten.

Op vlak van acute zorg kreeg het UZA in 2017 meer dan 400 trauma-aanmeldingen, waarvan 250 zeer zwaar gekwetste patiënten. Dankzij een doorgedreven gestructureerde samenwerking en de aanwezigheid van de nodige gespecialiseerde competenties zowel als infrastructuur ontvingen we de erkenning als supraregionaal of level-1 traumacentrum. Dat betekent dat een gespecialiseerd traumateam 24 uur op 24 uur klaarstaat om de zwaarst gekwetste slachtoffers bij ongevallen op te vangen. Na de eerste zorgen ter plaatse worden volgens bepaalde criteria ernstig gekwetste patiënten naar het UZA vervoerd. De spoedgevallendienst activeert onmiddellijk een multidisciplinaire zorgketen voor ernstig trauma. In december 2017 voerde de wetenschappelijke vereniging Deutsche Gesellschaft für Unfallchirurgie (DGU) een externe audit uit, die de erkenning begin 2018 toekende. Het UZA is hiermee het eerste ziekenhuis in Vlaanderen en het tweede in België (naast La Citadelle in Luik).

Om tegemoet te komen aan de groei van de organisatie en de nieuwe normen om hooggespecialiseerde zorg aan te bieden, zijn in 2017 de plannen van een nieuw OK-gebouw goedgekeurd. Ambulante zorg, het operatiekwartier en intensieve zorgen zullen geïntegreerd zijn. Bij het ontwerp stonden patiënten, bezoekers en verschillende UZA-medewerkers samen aan de tekentafel.

 

Lees minder

"Empathie en heldere communicatie zijn een absolute must."

Open communicatie en goede ketenzorg zijn de sleutelwoorden voor zowel complexe als acute zorg. Dokter Karen Fransis, robotchirurg oncologische urologie en Laura Deman, traumaverpleegkundige lichten de werking en evoluties op hun dienst verder toe.

Sinds 2011 werkt de spoeddienst op het UZA met een vast traumaprotocol, waarin een heel proces voor de opvang van een patiënt na een ongeval staat uitgeschreven. Die verloopt gestructureerd, al vanaf het moment dat een pre-hospitaal team bij het slachtoffer aankomt. Volgens een vaste lijst met vragen wordt de ernst bepaald en kan de spoedgevallendienst inschatten hoe kritisch de patiënt is, nog voor die in het ziekenhuis aankomt. Zo wordt er vanaf het begin een hele keten in gang gezet. “Via een traumasein verwittigen we andere interne diensten, zoals het operatiekwartier of neurochirurgie”, legt Laura Deman, traumaverpleegkundige uit. “Bij een trauma code rood, wat een zeer zwaargekwetst slachtoffer betekent, wordt er actief een operatiezaal klaargemaakt en worden verpleegkundigen van het OK opgeroepen.”

Ruis uitschakelen

Tijdens de traumaopvang zelf heeft elk teamlid een duidelijk afgebakende taak. Iedereen weet wie waar verantwoordelijk voor is. Dat maakt dat de communicatie heel rustig verloopt. Laura Deman: “Er wordt zo weinig mogelijk gezegd terwijl we het slachtoffer opvangen. En als we praten, verloopt dit heel efficiënt, volgens closed-loop communicatie. De traumaleider geeft een opdracht, de verpleegkundige herhaalt de opdracht en herhaalt ze nogmaals wanneer ze is uitgevoerd.”

“Ook in het operatiekwartier is efficiënte communicatie belangrijk. Gepraat kan de chirurg afleiden. Door alle ruisfactoren uit te schakelen, verbeter je de concentratie en de zorg”, vult dokter Fransis aan.

Bovendien win je tijd en die is van cruciaal belang. “Als er een slachtoffer binnenkomt, proberen we binnen het halfuur een CT-scan te maken om de patiënt zo snel mogelijk verder te behandelen. Dankzij de goede samenwerking met onder meer radiologie en intensieve zorgen verloopt dit vlot”, vertelt Laura Deman.

Emotionele intelligentie

In heel het proces wordt de communicatie met de patiënt zelf en de familie niet uit het oog verloren. De hele situatie en het uitgebreide team van artsen, verpleegkundigen en andere disciplines kan heel overrompelend zijn. “Bij een trauma wordt er ook iemand van patiëntenbegeleiding ingeschakeld, om de familie op te vangen. Het traumateam probeert aan de patiënt zelf zo goed mogelijk stap voor stap uit te leggen wat er aan het gebeuren is”, aldus Laura Deman.

Communicatie met de patiënt is altijd belangrijk geweest, ook in een OK-setting wanneer een patiënt een ingreep dient te ondergaan. Dokter Fransis: “De patiënt komt in een situatie terecht waar hij over veel parameters de controle verliest. Communicatie kan in dat geval heel geruststellend werken. Door zowel verpleegkundigen als artsen, in het hele traject, voor en na de operatie. We moeten duidelijk uitleggen wat de patiënt precies heeft en hoe de behandeling zal verlopen.” In het verleden had er volgens dokter Fransis nog meer aandacht mogen gaan naar communicatievaardigheden. Maar ook vandaag zijn er nog inspanningen nodig: “De jonge generatie artsen moet getraind  worden in communicatievaardigheden. Ik denk dat we daar soms nog  in tekortschieten, wat in onze sector eigenlijk niet kan. De patiënt zit met zorgen. Empathie en heldere communicatie zijn dan een absolute must.”

Overleg en opleiding

De kennis voor betere zorg wordt zowel intern als extern overgedragen via open overleg en teaching. Op spoedgevallen overleggen verschillende diensten regelmatig. Zo vindt iedere week een multidisciplinair overleg plaats met alle betrokken artsen. Na elk trauma is er bovendien een debriefing met de verpleegkundigen, waarbij ook het prehospitaal team betrokken is.

Het traumateaching team, dat bestaat uit een arts en zeven verpleegkundigen, geeft geregeld opleiding over de werkwijze, zowel in huis als extern. Met de collega’s is er maandelijks een scenariotraining en wordt er verbetering nagegaan. Iedereen op de spoeddienst dient per jaar zo’n opleiding te volgen. “We nodigen ook verpleegkundigen en artsen van andere ziekenhuizen uit en we gaan ter plaatse opleiding geven. Hierdoor zullen na verloop van tijd de omliggende ziekenhuizen allemaal volgens dezelfde vaste structuur werken. Dat komt de samenwerking, maar vooral de patiënt ten goede”, aldus Laura Deman.

Op vlak van oncologische urologie is het UZA recent erkend als Europees proctor center. Verschillende internationale chirurgen komen in het UZA opleiding volgen aan de Da Vinci Xi-robot. Maar ook op lokaler niveau geeft de dienst toelichting over robotchirurgie. “Bij nieuwe technieken hoort teaching voor verpleegkundigen, over hoe de ingreep in zijn werk gaat, wat de voordelen zijn en hoe we het post-operatieve verloop zien. Dat is bovendien allemaal samengevat in een medisch protocol. Die duidelijke richtlijnen verbeteren de zorg”, geeft dokter Fransis aan.

“We merken bovendien dat verpleegkundigen zeer enthousiast zijn over de vooruitgang met de robotchirurgie. Patiënten zijn veel sneller op de been. Waar ze vroeger langer in bed moesten blijven, kunnen ze nu soms de dag na de operatie al zelf naar de wastafel stappen. Dat verlicht natuurlijk ook fysiek het werk voor de verpleegkundigen.”

Innovatie met bewezen meerwaarde

Nieuwe technologie heeft een kostprijs. Volgens dokter Fransis is het aan de zorgverleners om kritisch na te gaan wat effectief in het voordeel is van de patiënt: “Nieuwe technologie kost steeds geld. Maar bij een duidelijke meerwaarde moet innovatie kansen krijgen.”

Bovendien wordt er steeds gezocht naar verbetering: “Bij robotchirurgie heb je momenteel het nadeel dat je geen voeling meer hebt met het weefsel. Als chirurg zit je in een console en bestuur je de instrumenten van op afstand. Je voelt de hardheid van de structuur niet meer waaraan je werkt. In mijn tak zoals de oncologie, kan harder weefsel een teken zijn dat er misschien nog een deel van een tumor aanwezig is. Momenteel wordt daarom gezocht naar mogelijkheden om sensoren op de vingers van de chirurg te plaatsten, tijdens een operatie met de robot”, aldus dokter Fransis.

 

Voor mij draagt dit bij tot de zorg van de toekomst

Er zijn momenteel 12 stemmen

 

5

 

2

 

2

 

2