Groei Koningin Mathilde Moeder- en kindcentrum

Ouders en hun kinderen staan centraal in het Koningin Mathilde Moeder- en kindcentrum. Alle nodige specialisten van kindergeneeskunde, gynaecologie, verloskunde en neonatologie organiseren zich samen op één plaats rond het gezin, volgens het principe van family centered care. In 2017 vonden heel wat ouders hun weg naar deze nieuwe moderne vleugel.

 

Onze visie
Kindergeneeskunde hospitaliseerde meer dan 2.800 kinderen en er vonden meer dan 1.800 dagopnames plaats. Gynaecologie noteerde 17.211 raadplegingen, een groei van 13% ten opzichte van 2016, onder andere dankzij de toename in doorverwijzingen.... Lees meer

Kindergeneeskunde hospitaliseerde meer dan 2.800 kinderen en er vonden meer dan 1.800 dagopnames plaats.

Gynaecologie noteerde 17.211 raadplegingen, een groei van 13% ten opzichte van 2016, onder andere dankzij de toename in doorverwijzingen. Daarnaast is het UZA-team van prenatale diagnostiek en genetica uitgebreid, wat ook meer patiënten voor gynaecologie met zich meebrengt. Hierdoor is de bezetting voor echografie en invasieve testen verdubbeld ten opzichte van het jaar voordien.

Op de neonatologie werden 422 patiëntjes opgenomen, een stijging van 5,49% ten opzichte van 2016. Van deze kindjes werden er 95 in het UZA zelf geboren. 203 kindjes kwamen elders ter wereld maar werden alsnog naar het UZA overgebracht voor gespecialiseerde zorg. 144 patiëntjes werden in het UZA geboren na intra-uteriene transporten. Hierbij werd de moeder overgebracht naar het ziekenhuis nog voor de bevalling.

De jongste baby in 2017 was 24 weken en 2 dagen oud, woog 620 gram en werd een kleine 5 maanden in het UZA gehospitaliseerd.

1.310 kinderen kwamen ter wereld op de materniteit, 143 meer dan in 2016. Naast de 1.223 eenlingen, werden er 42 tweelingen en 1 drieling geboren. 351 van deze 1.266 bevallingen gebeurden met een keizersnede.

In 2017 werd het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen (COS) van de provincie Antwerpen ondergebracht onder de vleugels van het UZA. Ouders van kinderen met DCD, autisme of ernstige ontwikkelingsstoornissen kunnen er terecht voor diepgaand en gespecialiseerd onderzoek.

Er wordt ook sterk ingezet op inclusie: het UZA ijvert ervoor om patiënten met een beperking of een chronische aandoening eveneens professioneel te ondersteunen. De dienst kindergeneeskunde geeft alvast het voorbeeld: zij kregen versterking van Maud, een jongvolwassen vrouw met het downsyndroom. Maud werkt op het secretariaat en als spelbegeleider.

Hoe onze zorgverleners van gynaecologie, materniteit, neonatologie en ook fertiliteit zich inzetten vanaf het begin van een mensenleven tot en met de geboorte, was vorig jaar te zien in de VTM-reeks ‘Echte Helden: Nieuw Leven.

Lees minder

"De persoonlijke inbreng van de patiënt wordt gewaardeerd en zoveel mogelijk gevolgd."

Family centered care start al op de afdeling gynaecologie in het UZA. Prof. Yves Jacquemyn, diensthoofd gynaecologie en Prof. Twan Mulder, diensthoofd neonatologie lichten toe hoe zij het principe in de praktijk brengen.

“Aanstaande moeders kunnen persoonlijk kiezen hoe ze willen bevallen: van heel natuurlijk tot heel technisch bewaakt en begeleid. De ouders moeten zich er vooral zelf goed bij voelen”, aldus prof. Yves Jacquemyn, diensthoofd gynaecologie.

“De binding tussen ouders en hun baby start meteen bij de geboorte. Het is de basis voor de hele verdere ontwikkeling, van kind tot volwassene. Die binding willen we dus zo goed mogelijk laten verlopen. Baby’s worden niet meteen weggehaald van hun moeder, maar tijdens hun eerste kennismaking met de buitenwereld net heel dicht bij de moeder en de vader gelaten. Zelfs wanneer het kindje ontzettend klein is of aangeboren afwijkingen heeft”, zegt prof. Twan Mulder, diensthoofd neonatologie.

Prof. Jacquemyn: “Dat eerste moment samen is zo kostbaar, dat we de ouders daar de tijd voor gunnen. Niet alleen de moeder maar ook de partner betrekken we actief. Dat wordt enorm geapprecieerd.”

Betrokken ouders – ondersteunende zorgverleners

Geleidelijk aan ondersteunt het medisch en verplegend team op neonatologie ouders in de zorg voor hun kind. Prof. Mulder: “We stimuleren hen om de baby vast te houden, er lief tegen te praten en om heel veel te kangoeroeën. Ouders leren hun kindje steeds zelfstandiger te verzorgen en bouwen zo een vertrouwensband op, in de veilige omgeving waarin we alle belangrijke lichaamsfuncties van het patiëntje monitoren. Daarnaast overleggen we met de ouders ook over mogelijke onderzoeken en behandelingen. Hierbij betrekken we ze mee in de besluitvorming. In de praktijk merken we dat hun inschattingen vanuit hun intuïtie als ouder vaak heel correct zijn. Ze voelen bijvoorbeeld snel aan of hun baby misschien een infectie ontwikkelt of sneller van de beademing af kan. Een gegeven waar nu nog niet veel wetenschappelijke kennis over is, maar dat we zeker nog verder willen onderzoeken.”

Het intense contact tussen ouders en kinderen vanaf het prille begin heeft heel wat voordelen. De kinderen ontwikkelen zich beter en zijn meer ontspannen, zelfs in een heel hectische omgeving als de intensieve neonatale zorg. “Hun hartslag en ademhaling is stabieler. Hierdoor moeten we veel minder moeilijke – en voor het kind vervelende – behandelingen geven”, aldus prof. Mulder.

Teamwork

Die manier van werken vraagt inspanningen van het hele team. Prof. Mulder: “Family centered care bereik je niet enkel door kennis over te brengen, maar door de cultuur te veranderen. Dat kost tijd. We doen veel scholing, betrekken externe specialisten, maar laten ook ouders met goede ervaringen bij ons aan het woord. Dat werkt enorm motiverend en geeft extra energie en ambitie aan het team. Het voorbije jaar is er veel veranderd, een proces dat zich nog zal verderzetten.”

“Wanneer een kind veel te vroeg geboren zal worden, treedt een heel team in werking van gynaecologen, vroedvrouwen, kinderartsen, verpleegkundigen, neonatologen en soms ook OK-personeel bij een keizersnede. In een lopend onderzoeksproject rond ‘crew resource management’ gaan we na hoe we iedereen in dat eerste uur bij de geboorte het best kunnen laten samenwerken en informatie kunnen laten uitwisselen.”

Buiten de ziekenhuismuren

Niet alleen binnen het Koningin Mathilde Moeder- en kindcentrum wordt het principe van family centered care uitgedragen. Als derdelijnsziekenhuis sturen heel wat verwijzers en lokale zorgverleners patiënten door naar het UZA voor gespecialiseerde zorg. “We organiseren een keer per maand een open vormingsmoment voor alle verwijzers, bijvoorbeeld over bewaking van de baby tijdens de bevalling”, legt prof. Jacquemyn uit. “Daarnaast hebben we constant nauw contact en overleg met de verwijzer. Die gezamenlijke begeleiding van een patiënt is het belangrijkste teachingmoment.”

“Wij overleggen eveneens heel nauw met de verwijzende ziekenhuizen. Onder meer rond het moment van de transfer, want dan moet er goed gecommuniceerd worden”, vult prof. Mulder aan. “Wanneer een aanstaande moeder of pasgeboren kind in een ander ziekenhuis in nood komt, gaan we er met een team naartoe. Verwijzers waarderen dat we snel met een ervaren neonatoloog ter plaatse kunnen komen.”

“We nodigen verwijzers ook uit om de afdeling neonatologie te bezoeken. Zo merken we dat ziekenhuizen met verbouwplannen al meer rekening houden met family centered care. Dat is natuurlijk een proces. Maar stap voor stap evolueren we samen naar meer optimale zorg.”

De toekomst: maximale patiëntenbetrokkenheid en samenwerking

De samenwerking met zowel patiënt, eigen zorgverleners als daarbuiten wordt volgens prof. Jacquemyn en prof. Mulder alleen maar belangrijker. “Over 10 jaar willen we een maximale patiëntenbetrokkenheid bereiken. Mijn ideaalbeeld is dat we niet meer zonder de patiënt over de patiënt gaan praten“, aldus prof. Jacquemyn. “De volgende stap is een vlak ziekenhuis met weinig hiërarchie, waar artsen, vroedvrouwen, pediatrisch verpleegkundigen en administratieve krachten nog beter naast elkaar staan. Deze cultuur is er al, maar kan nog beter.”

“Daarnaast zouden we graag de tussenschotten tussen verschillende afdelingen wegkrijgen, met een veel meer vloeiende doorgang van patiënten over verschillende ziekenhuizen heen. Mensen zouden even vlot moeten kunnen door-, terug- of verderstromen, alsof we in eenzelfde ziekenhuis werken, als een eilandengroep van centra. Tot slot willen we het korte verblijf op materniteit nog huiselijker maken dan het nu al is.”

Prof. Mulder: “Moeder en kind mogen niet meer gescheiden worden. In de verre toekomst zie ik de materniteit en neonatologie als één afdeling. Daar zullen we nog even op moeten wachten, maar in dat idee willen we wel geleidelijk stappen maken. Als kinderen niet al te ziek zijn, kunnen we de zorg meer op de materniteit doen, waarbij de moeder en het kind bij elkaar blijven.”

“We investeren ook in een sterk verwijzersnetwerk. We moeten de patiënt centraal zetten. Hoe kunnen we zorg zo optimaal mogelijk inrichten over campussen heen, zodat we de beste zorg kunnen leveren en uiteindelijk ook de patiënt het gezondst kunnen houden? Dat moet het uitgangspunt zijn.”

Voor mij draagt dit bij tot de zorg van de toekomst

Er zijn momenteel 13 stemmen

 

3

 

2

 

2

 

4